|
|
NIP-nummer: {NIP-nummer|onbekend} | 22 mei 2026 |
|
|
|
| |
|
|
Beste lezer, deze week interessant voor jou: |
|
|
|
|
|
|
| |
|
Graag stellen we onze nieuwe voorzitter voor: Anne-Marie van Doorn. Ze zit sinds maart in het bestuur, en heeft het voorzitterschap op zich genomen. Met haar komst krijgt het bestuur een nieuwe impuls; we kijken uit naar haar bijdrage in de komende periode. |
|
|
|
|
|
 | Toen ik het voorzitterschap van deze sectie overnam van Nicole Bonsen, die zich jarenlang inzette voor het opbouwen en zichtbaar maken van deze sectie, overheerste een gevoel van trots op het werk van de psycholoog in de Zorg voor Mensen met een Verstandelijke Beperking (ZMVB). Deze sectie is sterk gedreven om het vak van psycholoog voor mensen met een verstandelijke beperking duidelijker op de kaart te zetten, en zich in te zetten voor dat wat nodig is voor kwalitatief goede zorg. Dit drijft mij ook in mijn werk als klinisch psycholoog-psychotherapeut voor deze groep. Vanaf mijn basisopleiding orthopedagogiek (ruim 20 jaar geleden) fascineerde deze groep me. en hij liet me niet meer los vanwege de uitdagingen die ik zag in cliëntencontacten en in zorginhoud.
Momenteel werk ik in de gehandicaptenzorg (’s Heeren Loo) waar ik me bezighoud met de directe cliëntzorg en met beleidsontwikkeling en onderzoek (onder meer vanuit expertisecentrum Jeugd). Daarvoor werkte ik binnen verschillende afdelingen van de specialistische ggz (SGGZ) en heb toen, in verbinding met de gehandicaptenzorg, de opleiding tot klinisch psycholoog-psychotherapeut doorlopen. Als klinisch psycholoog werken in de gehandicaptenzorg is nog vrij onbekend en pionieren. Het sluit echter aan bij de complexiteit (en comorbiditeit) van de problematiek en de uitdagingen in het verder ontwikkelen van kwalitatief sterke (poli)klinische zorg voor mensen met een verstandelijke beperking (VB) binnen én buiten de gehandicaptenzorg.
Ik ben ervan overtuigd dat psychologische zorg voor mensen met een VB meer bekend mag zijn voor collega’s en op landelijk beleidsniveau. Niet als ultraspecialisme maar als onderdeel van onze basisvaardigheden; mensen met een verstandelijke beperking vormen een aanzienlijk onderdeel van de cliëntenpopulatie van veel van onze sectoren (van ggz tot forensisch). Het werken met deze cliëntengroep is complex, door onder meer comorbiditeit en genetische kwetsbaarheden en door wat dit vraagt van hen/ons qua kennis en kunde. Ik zie het als mijn taak dit duidelijker te omschrijven in scholing en richtlijnen; er is al veel kennis, maar deze zou meer zichtbaar kunnen zijn.
Graag roep ik je op om dit samen met mij, met ons, te doen en om je als actief lid van deze sectie in te (blijven) zetten. Heb je inspirerende praktijkervaringen of onderzoeksbevindingen of ervaar je juist knelpunten die je wil illustreren? Laat het ons weten. Laten we kennis en ervaringen met elkaar delen om de rol van de psycholoog voor mensen met een VB duidelijk zichtbaar te maken.
Anne-Marie, voorzitter sectie ZMVB |
|
|
|
|
|
Nieuws uit de sectie/het NIP |
|
|
|
|
|
|
|
Toekomstagenda ‘Zorg en ondersteuning’: betrokkenheid NIP
|
De minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport informeert de Tweede Kamer over de derde voortgangsrapportage van de Toekomstagenda ‘Zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking’, die sinds 2023 in uitvoering is. Als sectie ZMVB zijn we agendalid van een aantal programmalijnen binnen deze Toekomstagenda. Daarmee wordt de inbreng van psychologische expertise structureel meegenomen in de verdere uitwerking van de verschillende thema’s. |
|
|
|
|
|
(Ondersteuning van) gezonde seksualiteit |
Wat is passende ondersteuning van gezonde seksualiteit van mensen met een verstandelijke beperking? Dat onderzocht Wouter de Wit in zijn promotieonderzoek, verricht binnen de Academische Werkplaats Leven met een verstandelijke beperking (AWVB; Tranzo, Tilburg University). Hij richt zich daarin op het vergelijken van de perspectieven op seksuele gezondheid, en de ondersteuning daarvan, van mensen met een verstandelijke beperking, hun naasten en begeleiders.
Mensen met een LVB hebben vaak dezelfde seksuele behoeften en verlangens als ieder ander. Maar vergeleken met mensen zonder beperking hebben zij vaak minder seksuele kennis, seksuele ervaringen en relaties, en een hoger risico op seksueel misbruik. Ze zijn vaak afhankelijk van de mogelijkheden die naasten en begeleiders bieden qua seksuele ervaringen en kennis. Naasten en begeleiders zijn zich bewust van hun rol om seksuele ondersteuning en voorlichting aan te bieden, maar zijn vaak onzeker hoe dit het beste te doen. Ze hebben behoefte aan duidelijke richtlijnen.
Mensen met een LVB, naasten en begeleiders hebben overeenkomsten en verschillen in hoe ze seksuele gezondheid beschouwen, zo bleek uit een concept mapping studie. Experts kwamen via een andere studie diverse voorwaarden overeen voor seksuele ondersteuning en voorlichting. Daaruit volgen concrete aanbevelingen voor de praktijk. |
|
|
|
|
|
Cultuursensitieve intelligentiediagnostiek
|
Bij mensen met een migratieachtergrond vormen gestandaardiseerde intelligentietests geen betrouwbare basis voor indicatiestelling en zorgtoewijzing. Richtlijnen schrijven cultuursensitief handelen voor, maar in de praktijk worden IQ-scores vaak als doorslaggevend gebruikt. Normgroepen en instrumenten sluiten echter onvoldoende aan bij cultureel diverse populaties.
Testprestaties worden sterk beïnvloed door taal, acculturatie, onderwijsachtergrond en culturele waarden, blijkt uit internationale literatuur. Om uitsluiting van passende zorg te voorkomen pleiten de auteurs voor een contextgevoelige, kwalitatieve benadering waarin adaptief functioneren, culturele formulering en klinische inschatting centraal staan. |
| |
De Psychologische Basisbehoeftenlijst Verstandelijke Beperking (PBVB) is een gevalideerd meetinstrument; het geeft inzicht in de vervulling van de psychologische basisbehoeften autonomie, verbondenheid en competentie bij mensen met een licht verstandelijke beperking. In de klinische praktijk kan het instrument helpen om welbevinden, motivatie en mate van zelfbepaling systematisch in kaart te brengen.
Onderzoek naar de implementatie van de PBVB richt zich op het verbeteren van de toepasbaarheid in de dagelijkse zorgpraktijk, zodat uitkomsten beter worden vertaald naar passend professioneel handelen en ondersteuning.
|
|
|
|
|
|
GHZ en GGZ: van knelpunten naar gedeelde taal in complexe zorg
|
Binnen de Toekomstagenda 'Zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking' verscheen het rapport ‘Van blindspot naar spotlight’; over de samenwerking tussen de gehandicaptenzorg (GHZ) en de geestelijke gezondheidszorg (GGZ). Samenwerking in de praktijk wordt vaak nog bemoeilijkt door verschillen in taal, denkkaders, financiering en organisatievormen, zo blijkt. Signalen rond complexe zorgvragen worden hierdoor niet altijd tijdig herkend of gedeeld, met risico op vertraging in passende ondersteuning.
De auteurs benoemen concrete verbeterpunten, zoals het ontwikkelen van een gedeelde professionele taal tussen sectoren. Structurele samenwerking vergt vooral wederzijds begrip en het actief overbruggen van de verschillen tussen beide domeinen, aldus de auteurs. |
| |
Slimme technologie in de EVB-zorg: minder handelingen, meer afstemming |
In het proefschrift 'Being SMART' onderzoekt Vivette van Cooten het gebruik van sensortechnologie in incontinentiematerialen bij mensen met een (zeer) ernstig verstandelijke en meervoudige beperking.
De technologie geeft zorgprofessionals beter inzicht in het juiste moment van verschonen. Dit kan leiden tot minder onnodige zorghandelingen en een efficiëntere inzet van tijd, zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van zorg. Tegelijkertijd blijkt dat succesvolle inzet sterk afhankelijk is van afstemming op de cliënt, de zorgcontext en het team. Het onderzoek benadrukt daarmee de groeiende rol van zorgtechnologie in de EVB+-zorg, met blijvende aandacht voor kwaliteit van leven en persoonsgerichte ondersteuning. |
|
|
|
|
|
Perspectieven op crisis bij mensen met een verstandelijke beperking |
In een artikel in het Tijdschrift voor Psychiatrie beschrijft Jannelien Wieland (psychiater bij ’s Heeren Loo) een model om crises bij mensen met een verstandelijke beperking beter te begrijpen. Ggz en VG-zorg kijken vaak vanuit verschillende diagnostische kaders en werkwijzen kijken; hetzelfde gedrag kan daardoor verschillend worden geïnterpreteerd. Het model helpt om gezamenlijk naar meerdere mogelijke oorzaken te kijken. Wieland onderscheidt vier typen crises, die in de praktijk vaak overlappen:
- De contextuele crisis: de omgeving raakt overbelast of structuur valt weg, bijvoorbeeld door uitval van ouders of een vastlopend woonteam.
- De somatische crisis: lichamelijke problemen, zoals pijn, infecties, epilepsie of medicatiebijwerkingen, uiten zich in gedragsverandering en kunnen onterecht psychiatrisch worden geduid.
- De overvragingscrisis: er ontstaat ontregeling doordat de cognitieve of emotionele belasting groter is dan wat iemand aankan.
- De psychiatrische crisis: er is sprake van psychiatrische ontregeling, zoals psychose, ernstige angst, stemmingsproblematiek of suïcidaliteit.
Het model stimuleert meervoudige hypothesevorming: crisisgedrag is meestal het gevolg van een samenspel van biologische, psychologische en contextuele factoren. Dit bevordert gedeelde taal tussen ggz en VG-zorg, ondersteunt snellere triage en taakverdeling, voorkomt misclassificatie en helpt bij het kiezen van passende interventies. |
|
|
|
|
|
Handreikingen & Richtlijnen |
|
|
|
|
|
Talent benutten in tijden van personeelstekorten; hulp uit (on)verwachte hoek?
|
Inclusieve, netwerkgerichte zorg draagt bij aan participatie en eigen regie van mensen met een verstandelijke beperking én aan duurzame inzetbaarheid en kwaliteit van zorg, toont onderzoek van de Academische Werkplaats Leven met een verstandelijke beperking (AWVB, Tranzo/Tilburg University).
De handreiking ‘Zorg en ondersteuning voor ons, met ons’ benadrukt onder meer het belang van job carving: het afstemmen van taken op competenties en belastbaarheid in plaats van bestaande functieprofielen. De gids ‘Verbindend werken in de zorg’ onderstreept het belang van relationele afstemming en netwerkgericht werken.
De handreikingen en infographics bieden concrete handvatten voor organisaties die inclusiever willen werken en zoeken naar duurzame antwoorden op arbeidsmarktvraagstukken in de zorg. Onlangs verscheen ook de nieuwe lesmodule ‘Betekenisvolle interactiemomenten’, over het stimuleren van betekenisvolle interacties met cliënten. |
| |
De beperkte diagnose: zorgvuldiger kijken naar ASS-diagnostiek bij VB
|
De handreiking ‘De beperkte diagnose’ ondersteunt professionals bij diagnostiek van autismespectrumstoornissen bij mensen met een verstandelijke beperking. In de praktijk blijkt dat een eerdere diagnose PDD-NOS regelmatig automatisch wordt doorgezet naar ASS; dit strookt niet altijd met de huidige DSM-5-criteria.
De handreiking benadrukt het belang van een expliciete klinische heroverweging, waarbij verschillen én overlap tussen VB-gerelateerd gedrag en ASS zorgvuldig worden gewogen. Dit helpt om te komen tot meer genuanceerde en onderbouwde diagnostische besluitvorming. |
|
|
|
|
|
Bewegen als gewoonte in de langdurige zorg |
Bewegen kan een vast onderdeel worden van de dagelijkse zorg. De richtlijn ‘Bewegen als gewoonte in de langdurige zorg’ biedt concrete aanbevelingen om beweging structureel te integreren in de praktijk, van dagelijkse handelingen tot georganiseerde beweegmomenten. Op woensdag 10 juni (11:00 tot 12:00 uur) wordt de richtlijn tijdens een webinar toegelicht en vertaald naar de praktijk; inclusief praktische handvatten en ruimte voor vragen. |
| |
Pijn bij mensen met een verstandelijke beperking
|
Pijn wordt bij mensen met een verstandelijke of meervoudige beperking vaak anders zichtbaar en kan daardoor makkelijk gemist worden. Gedrag dat lijkt op stress of angst kan ook pijn zijn, met risico op ondersignalering en -behandeling. Deze richtlijn van de Stichting Kwaliteitsimpuls Langdurige Zorg (SKILZ) biedt praktische handvatten voor de herkenning, diagnostiek en behandeling en benadrukt het belang van samenwerking met naasten, die signalen vaak als eerste oppikken. |
|
|
|
|
|
|
|
Ben jij net als Wouter de Wit actief als psycholoog in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking en word je ook enthousiast van je werk, onderzoek, organisatie of mooie praktijkervaringen? Of heb je een inzicht, ervaring of nieuwtje dat je wilt delen met collega’s in het veld? We komen graag met je in contact. Vertel ons hoe jij in dit werk terecht bent gekomen, wat je drijft of welk thema jij belangrijk vindt om te delen met vakgenoten. Stuur ons een berichtje via LinkedIn of Instagram, of mail ons. |
| |
|
|
| |
|
|
Luister-, kijk- en leestips |
|
|
|
| |
|
|
CCE Podium: het neurocognitief model
|
In deze aflevering van CCE Podium gaat het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE) in op het neurocognitief model. Dit model helpt om probleemgedrag te begrijpen vanuit de wisselwerking tussen breinwerking, informatieverwerking en context, en verbindt daarmee biologische, psychologische en omgevingsfactoren. Je hoort hoe inzichten uit onder meer genetica en neurowetenschappen direct kunnen doorwerken in de gehandicaptenzorg, met als doel om verder te kijken dan alleen zichtbaar gedrag. |
| |
Zembla: Kinderen die niemand wil |
In Nederland zijn er jeugdigen voor wie de zorg vastloopt. Zij worden als ‘te complex’ gezien en belanden daardoor van crisisplek naar crisisplek. In deze aflevering van Zembla (BNNVARA) staat de casus van de 17-jarige Lex centraal. Al op jonge leeftijd werd hij uit huis geplaatst en hij verhuisde vervolgens meer dan tien keer tussen instellingen. Je ziet hoe versnipperde verantwoordelijkheden en handelingsverlegenheid in de jeugdzorg kunnen leiden tot langdurige instabiliteit voor jongeren én machteloosheid bij betrokken hulpverleners. |
|
|
|
|
|
Gehechtheid in de praktijk |
De herziene editie van 'Gehechtheid in de praktijk' (Bartiméus) richt zich op het belang van gehechtheidsrelaties bij mensen met een (visuele en) verstandelijke beperking en ernstige gedragsproblematiek. Uitgangspunt: moeilijk verstaanbaar gedrag hangt vaak samen met verstoringen in gehechtheid. Het boek biedt praktische handvatten om te werken aan veiligheid, voorspelbaarheid en relationele afstemming in de dagelijkse zorgrelatie. |
| |
In 'Minder slikken' pleit psychiater Remke van Staveren voor kritisch heroverwegen van psychofarmaca in de zorg. Medicatie wordt in de praktijk vaak langdurig doorgezet, terwijl effect en bijwerkingen niet altijd opnieuw worden afgewogen. Het boek benadrukt het belang van bewust voorschrijven en regelmatige evaluatie, met oog voor de balans tussen behandeling, bijwerkingen en kwaliteit van leven. |
|
|
|
|
|
|
| |
|
Wil je niets missen van actuele ontwikkelingen, praktijkvoorbeelden en nieuwe inzichten binnen het vakgebied? Volg ons op LinkedIn en like/deel onze berichten, zo help je mee onze zichtbaarheid en impact te vergroten.
|
| |
Volg je ons al op Instagram? Daar delen we actualiteit, foto's van ons als bestuur en interessante nieuwtjes.
|
|
|
|
|
|
|
|
Dank voor het lezen van deze nieuwsbrief! We hopen dat je plezier hebt gehad in het lezen en weer nieuwe inzichten en inspiratie hebt opgedaan voor de praktijk,
Sectie ZMVB |
| |
|
|
|
|
*Let op: je afmelding geldt voor álle NIP-berichten, ook voor NIP-nieuwsbrieven en mailings |
|
|
|
|
|
|